De minister heeft slecht zicht op hoeveel schadelijke stoffen de industrie in de Nederlandse wateren loost. Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Dat is problematisch, omdat de stoffen in het drinkwater terecht kunnen komen. "We hebben het hier wel over stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid", aldus de vicepresident van de Algemene Rekenkamer.
Dat het slecht gaat met de Nederlandse waterkwaliteit is al langer bekend. Bijsturen is nodig, schrijft de Algemene Rekenkamer, want Europese regels schrijven voor dat Nederland uiterlijk volgend jaar de waterkwaliteit op orde moet hebben. Dat dat lukt is onwaarschijnlijk, schrijven de onderzoekers.
Voor de grote wateren in Nederland, zoals de Noordzee, IJsselmeer en de grote rivieren, is de minister van Infrastructuur en Waterstaat verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Rijkswaterstaat voert die taken namens hem uit, maar dat lukt onvoldoende, blijkt uit het rapport.
Honderden vergunningen
Zo blijkt dat er geen totaalbeeld is van wat bedrijven mogen lozen. "Om bijvoorbeeld te weten welke bedrijven op welke locaties en in welke hoeveelheden nikkel mogen lozen, moet Rijkswaterstaat dat handmatig opzoeken in honderden vergunningen", is te lezen.
Een centraal informatiesysteem waarin alle relevante informatie staat, is er niet. Barbara Joziasse, vicepresident van de Algemene Rekenkamer, noemt het gebrek aan overzicht "ontoereikend en zorgwekkend". "Bij de helft van de bedrijven worden geen monsters genomen", zegt Joziasse.
Dat is niet de enige reden dat er slecht zicht is op de lozingen. Een andere reden is dat bedrijven nauwelijks rapporteren welke stoffen ze lozen en hoeveel. Slechts een op de zes bedrijven meldde recente waterlozingen.
Want bedrijven hoeven pas een melding doen als ze meer lozen dan de drempelwaarde. De onderzoekers waarschuwen voor al die kleine beetjes aan gevaarlijke stoffen die nu niet hoeven te worden gemeld. Bij elkaar opgeteld kunnen die kleine hoeveelheden wel schadelijk zijn.
Achterstand
Ook andere schadelijke stoffen blijven nu onopgemerkt, schrijven de onderzoekers. Dat kan doordat bedrijven zelf moeten doorgeven welke stoffen ze lozen, waarna ze in de vergunning worden opgenomen. Rijkswaterstaat meet alleen of en hoeveel die stoffen in het water terechtkomen. "In principe worden alleen de stoffen gemeten die in de vergunning zijn opgenomen", staat in het rapport.
Verder zijn veel van de vergunningen verouderd. Lozingsvergunningen moeten om de zoveel tijd tegen het licht gehouden en aangepast worden. Rijkswaterstaat probeert dat elke vier tot acht jaar te doen, maar de Rekenkamer constateert een achterstand.
Ook constateert de Rekenkamer dat onduidelijk is of, wanneer en welke bedrijven zijn gecontroleerd. Dat noemt de Algemene Rekenkamer "extra risicovol" omdat het gaat om de vervuilendste bedrijven van Nederland.
'Vergoelijkend'
Voormalig minister Tieman erkent in een brief aan de Algemene Rekenkamer dat Rijkswaterstaat achterloopt met het herzien van verouderde vergunningen. Hij wijst erop dat de industrie maar voor een beperkt deel verantwoordelijk is voor watervervuiling. Over die reactie van de minister zegt Joziasse van de Algemene Rekenkamer: "Er zit wat vergoelijkends in."
De minister schrijft in zijn brief aan de Rekenkamer dat hij herkent dat de registratie van lozingen niet op orde is. Daarom komt er dit jaar een nieuw informatiesysteem, aldus Tieman.
Hij is het niet eens met de conclusie dat het toezicht tekortschiet. Een landelijk overzicht bijhouden van alle lozingen is volgens hem niet de wettelijke taak van Rijkswaterstaat en heeft "geen toegevoegde waarde".
Volgens Tieman heeft Rijkswaterstaat de lozingen wel scherp in beeld, maar daar is Joziasse van de Algemene Rekenkamer het niet mee eens. "Op papier lijkt dat misschien zo; papier is geduldig. Maar de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen wordt niet minder."