Nog meer huizen bouwen, het industrieterrein Harselaar uitbreiden, een grotere legerkazerne, nieuwe scholen én een zwembad. Barneveld zit vol ambitie, blijkt uit de partijprogramma's voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart.
Maar de gemeente kampt ook met een overvol stroomnet. Plek voor grote aansluitingen, bijvoorbeeld voor bedrijven, is al jaren niet meer vanzelfsprekend. En vorige maand waarschuwde netbeheerder Tennet dat er straks mogelijk zelfs geen huizen meer kunnen worden aangesloten in de regio.
Voor alle bestaande plannen is nu al niet genoeg ruimte om ze zomaar uit te voeren, bleek toen ambtenaren dit op een rijtje zetten. En dus moet de lokale politiek steeds vaker creatief zijn óf kiezen.
Gemeenten kunnen weinig doen
"Sinds ik raadslid ben, is dat steeds meer een beperking geworden waarmee je moet omgaan", zegt Jarne van Schaik, lijsttrekker van de Barneveldse VVD. "Continu is de vraag: welke ontwikkeling kunnen we doorzetten? Of worden we belemmerd doordat er te weinig stroom is en moeten we creatiever worden."
Gemeenten kunnen maar weinig doen tegen het overvolle stroomnet. "Wel kunnen ze overleggen met netbeheerders en andere gemeenten", zegt Martijn Gerritsen, onderzoeker aan de Radboud Universiteit. Dan weten netbeheerders tijdig waar gemeenten gaan bouwen, en worden de plannen op tijd afgestemd.
Het is de taak van die netbeheerders om het stroomnet te verzwaren. Maar gemeenten kunnen wel helpen om vertraging te voorkomen, zegt Gerritsen. Door openbare ruimte vrij te houden voor de bouw van transformatorhuisjes en vergunningen zo snel mogelijk te verlenen.
Creatief zijn
In Barneveld hoeft netbeheerder Liander bijvoorbeeld geen vergunning meer aan te vragen voor het verzwaren van middenspanningshuisjes. Inwoners kunnen daardoor geen bezwaar aantekenen. Dit leidt tot minder vertraging.
"Er zijn dus best wel dingen die je kan doen als gemeente", zegt Jolanda de Heer-Verheij, wethouder energie namens de ChristenUnie. "Al is het natuurlijk ook zo dat er elders grote stappen gezet moeten worden." Voor echt meer ruimte op het net is Barneveld afhankelijk van de bouw van een stroomstation bij Breukelen, hemelsbreed 40 kilometer verderop. Dat station laat nog jaren op zich wachten.
Geen stekkerauto, maar diesel
Tot die tijd moeten gemeenten de ruimte die er nog wel is, zo slim mogelijk gebruiken. Ook dit is terug te zien in de partijprogramma's. Zo pleit de SGP ervoor nieuwe huizen zo zuinig mogelijk te laten omspringen met de ruimte op het stroomnet. Door bijvoorbeeld te bouwen met onder meer zonnepanelen, goede isolatie en buurtbatterijen.
Ook probeert de gemeente Barneveld met eigen beleid de drukte op het stroomnet in ieder geval niet nog erger te maken. "We hebben bij ons gemeentelijk vastgoed en wagenpark gekeken hoe we daar 'netbewuster' mee om kunnen gaan", zegt wethouder De Heer-Verheij. De gemeente koos daarom niet voor elektrische auto's maar voor diesels. Bestaande gebouwen worden weliswaar klaargemaakt voor een toekomst zonder gas maar waar het niet anders kan, blijft de aansluiting voorlopig.
Onder de landelijke regels krijgen bijvoorbeeld huizen en scholen nog voorrang. Bedrijven staan al langer helemaal achteraan in de rij voor een aansluiting. Dat wringt zeker in Barneveld, waar veel behoefte is aan ruimte voor bedrijven. Voor de uitbreiding van bedrijventerrein Harselaar wordt gewerkt aan een eigen energiesysteem, met onder meer zonne-energie, reuzebatterijen en (bio)gas.
Wethouder De Heer-Verheij legt het liefst de nadruk op wat wel kan. "Barneveld is een beetje het Rotterdam van de Veluwe. Gewoon de schouders eronder." Maar ook zij ziet dat je tegen grenzen aanloopt. Ze wil dan ook op korte termijn initiatief van de landelijke overheid. Die kan regels schrappen die in de weg zitten. En het nieuwe kabinet heeft een crisiswet aangekondigd voor het overvolle stroomnet.
Toch lijken de problemen op de korte termijn vooral erger te worden. Netbeheerders Stedin en Enexis meldden afgelopen week dat ondanks de enorme investeringen in het stroomnet de krapte nog steeds toeneemt.
"Uiteindelijk hebben alle gemeenten hiermee te dealen", zegt onderzoeker Martijn Gerritsen. "Maar het is de vraag of elke gemeente wel de middelen en capaciteit heeft met dit vraagstuk om te gaan."