Welke kant wil China de komende jaren op met de economie? Die vraag staat centraal op de belangrijkste politieke bijeenkomst van het jaar die in Peking is begonnen: het Nationale Volkscongres. Duizenden afgevaardigden zullen morgen de nieuwe economische groeidoelstelling horen. De speculatie is dat die dit jaar voor het eerst onder de 5 procent zal zijn.
Invloedrijker is dat het nieuwe vijfjarenplan wordt gepubliceerd, waarmee de sociaaleconomische richting tot 2030 wordt vastgelegd. De verwachting is dat China nog sterker zal inzetten op zelfvoorziening, de hoogwaardige maakindustrie (ook voor de export) en technologie.
Maar er zit een tweedeling in de Chinese economie. Aan de ene kant floreert de economie, met gigantische exportcijfers en een steeds sterkere technologiesector. Maar aan de andere kant kwakkelt de binnenlandse economie en is het voor veel Chinezen een tijd van steeds meer tegenslagen.
Wat is een vijfjarenplan?
Met een vijfjarenplan legt China de belangrijkste sociale en economische doelen vast. Sommige doelen of indicatoren zijn bindend, andere zijn streefdoelen. Het gaat bijvoorbeeld om de groei van het bruto nationaal product, de totale energie- of voedselproductie, of, zoals meer recentelijk, CO2-uitstootvermindering.
Zelfs in de rijke hoofdstad Peking zijn de huidige economische problemen merkbaar. De ene na de andere winkel of horecagelegenheid moet de deuren sluiten. Het straatbeeld wordt steeds meer gevuld met goedkope restaurantketens, omdat die door schaalvoordelen kunnen besparen op hun inkoopkosten.
Een nieuw geopende keten, de Zes Renminbi Noedelkoning, speelt in op de steeds kleinere portemonnee. Hier kan je voor omgerekend 80 eurocent een portie noedels krijgen, in plaats van de gemiddelde prijs van 2 à 3 euro in de hoofdstad. Voor 25 eurocent kan je een gekookt ei toevoegen.
"We besparen op alles, van loonkosten en ingrediënten tot de huur, en geven geen geld uit aan een verbouwing", zegt eigenaar Cai. Door de economische malaise is de concurrentie in de horeca in Peking nog extremer geworden, dus moesten we wel met een nieuw model komen, legt hij uit. "Kleine winsten, maar grote volumes, weet je wel?"
De klanten bestaan vooral uit de groeiende groep taxichauffeurs, klusjesmannen en bezorgers in de stad. Het zijn het soort banen waar je, als je moet, meteen mee aan de slag kunt en waar geen opleiding voor nodig is. Ze komen hier allemaal om dezelfde redenen, vertellen ze: het is goedkoop, het vult en het smaakt goed.
Energieke twintigers
Boodschappenbezorger Hu Zhu zit in zijn blauwe uniform te wachten op zijn bord noedels. "De economie gaat bergafwaarts," klaagt hij. Met een inkomen van zo'n 25 tot 35 euro per dag, eet hij hier graag.
Hij is aan de slag gegaan als bezorger toen hij twee jaar geleden zijn kantoorbaan verloor. "Bedrijven willen voor dat soort banen graag jonge mensen die net van de universiteit komen, niet iemand van boven de dertig", zegt hij.
Het is een veelgehoord probleem in China. Voorbij de dertig ben je duurder en word je gezien als minder efficiënt dan een energieke twintiger, dus vlieg je er eerder uit. "Ze hebben liever een jong iemand die wel luistert, dan een dertiger die dat niet doet", schatert hij uit.
Het gemiddelde opleidingsniveau in China is ook een probleem. Hu Zhu heeft nog gestudeerd, maar twee derde van de Chinezen heeft geen middelbareschooldiploma. Het vinden van een baan in de elektrische auto-industrie of de halfgeleiderindustrie, de topsectoren, wordt dan moeilijk. Maar ook de automatisering in de maakindustrie speelt laagopgeleide Chinezen parten.
Inzetten op technologie
In het zakendistrict van Peking zijn voorbijgangers een stuk positiever gestemd. Daar werken ze juist in de sectoren die nog meer steun gaan krijgen van Peking in het nieuwe vijfjarenplan, zoals in het bankwezen, de internationale handel of de techindustrie.
"Het wordt inzetten op technologie en innovatie", zegt Song, die net lunchpauze heeft. Voor hem is dat goed nieuws, want hij werkt bij een techinvesteringsfonds. "We zien al een zeker rendement en zitten in een positieve spiraal."
Het gaat deze week de vraag zijn hoeveel aandacht Peking gaat hebben voor het uit het slop trekken van de rest van de economie. Of dat Peking met een paar sterke sectoren de rest van economie omhoog gaat proberen te liften.