De Duitse binnenlandse veiligheidsdienst BfV mag de politieke partij Alternative für Deutschland voorlopig niet bestempelen en behandelen als rechtsextremistische organisatie. De bestuursrechtbank van Keulen heeft dat geoordeeld in een tussentijds vonnis. De dienst kan er nog tegen in beroep gaan.
Veiligheidsdienst BfV concludeerde vorig jaar dat de AfD extremistisch is en daar spande de partij een rechtszaak over aan. Totdat er straks een eindvonnis is, en dat kan lang duren, mag de dienst de partij niet meer classificeren en behandelen als extreemrechts.
In afwachting van het eindvonnis had de BfV zelf al besloten om de AfD voorlopig niet rechtsextremistisch te noemen. De veiligheidsdienst blijft achter zijn conclusie staan, maar zei uit tactische overwegingen de classificatie niet publiek te gebruiken.
'Sterke vermoedens'
In het tussenvonnis benadrukt de bestuursrechtbank dat er wel degelijk "sterke vermoedens" zijn dat de AfD "ongrondwettelijke activiteiten ontplooit". Er wordt bijvoorbeeld verwezen naar voorbeelden van discriminatie van moslims in het partijprogramma, maar in de spoedprocedure is nog niet vastgesteld dat de gehele partij als extreemrechts kan worden gekenmerkt.
De BfV is de binnenlandse geheime dienst die naleving van de Duitse grondwet controleert. Na een jarenlang onderzoek is wat de BfV betreft vastgesteld dat de AfD als geheel een bedreiging vormt voor de democratie. De partij wil volgens de dienst bepaalde bevolkingsgroepen buitensluiten en beschouwt specifiek Duitsers met een islamitische achtergrond als minderwaardig.
Gevierd als overwinning
De partijtop spreekt van een politiek gemotiveerde heksenjacht. Het tussentijdse vonnis is als een overwinning gevierd door de partijtop.
Correspondent Duitsland Charlotte Waaijers:
"Voor de AfD is dit oordeel een opsteker. Waarschijnlijk slaat het de discussie over een mogelijk partijverbod voorlopig dood.
Ook al is dit een tussenvonnis, het is al behoorlijk onderbouwd en niet voorzichtig geformuleerd. Daarmee lijkt het wel degelijk een signaal voor hoe de rechtbank tegen de zaak aankijkt: dat er nog te weinig bewijs is dat de AfD op grotere schaal concrete plannen heeft die tegen de grondwet ingaan. Dat bewijs is nodig om de partij in elk geval juridisch bewezen extreemrechts te kunnen noemen.
Dat wil niet zeggen dat er geen sterke vermoedens zijn dat zulke plannen er zijn. Een eerder oordeel van de veiligheidsdienst dat de partij tenminste een verdacht geval is, is al eens door de AfD aangevochten. De rechtbank gaf de veiligheidsdienst toen gelijk.
Als de partij concrete extreemrechtse plannen heeft, dan spreekt de AfD die volgens de huidige inschatting van de rechter in elk geval niet duidelijk uit. Een veel aangehaald begrip als 'remigratie', dat in neonazikringen naar grootschalige deportaties van mensen met een migratieachtergrond kan verwijzen, betekent volgens sommige partijleden niets meer dan het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers. Daarmee staat niet juridisch vast wat de partij ermee bedoelt."